“Ook een verkeerde bril maakt een wereld van verschil”
13 mei 2014
”Privacy, prikken, pijn en pret”
22 juli 2014
Show all

Werken in de telefonische verkoop; het zal je baan maar zijn!

Een recente ervaring met een telefonische verkoper deed bij le Pair weer eens de remmen los gaan. Bovendien bleek hij een onbekende bondgenoot te hebben in de strijd tegen de telefoonterreur.

24e Column 2014 door Pauline van Aken en Hans le Pair

Onlangs op een zo maar vrije doordeweekse dag gaat tijdens de lunch in huize le Pair de telefoon. De nummerherkenning vermeldt ‘anoniem’, wat bij le Pair direct een zekere alertheid naar boven brengt. ‘Anoniem’ staat bijna altijd voor telefonische verkoop en zelfs als je in een ‘Bel-mij-niet-register’ staat vermeld is dat nog geen garantie, dat je ook niet meer lastig wordt gevallen.

Een overdreven uitnodigend “ja, zegt u het maar!” van le Pair wordt na wat aarzeling beantwoord met “Spreek ik met de heer le Pair. Ik bel u voor de Staatsloterij en ik mag u namens mijn directeur een geweldig aanbod doen”. Le Pair onderbreekt de beller met een enthousiast hoera en juicht dat hij eindelijk een grote prijs heeft gewonnen; dat de zo begeerde financiële onafhankelijkheid eindelijk daar is. De beller probeert er wat gegeneerd tussen te komen met de melding dat het niet om een prijs gaat, maar om een aanbod. Enfin, het spelletje gaat zo nog even door totdat het gesprek door le Pair wordt beëindigd met de mededeling dat de beller alleen mocht en mag bellen, als het om een hoofdprijs gaat. Bedremmeld sluit de beller af met een “Ja meneer”. Mevrouw le Pair heeft in de tussentijd haar lunch stoïcijns voortgezet en vraagt alleen: “en heb je het naar je zin?”. Zij heeft dit ritueel al vaker meegemaakt en een soort immuniteit heeft de plaatsvervangende schaamte inmiddels verdrongen.

Zo’n 5 minuten later gaat opnieuw de telefoon en weer verschijnt ‘anoniem’ in het venster. De ervaring leert, dat je vaak nog een keer wordt gebeld door een andere verkoper van hetzelfde bedrijf, omdat ze nu eenmaal een lijst met namen afwerken. Ook is le Pair meer dan eens teruggebeld door een soort hoofdverkoper, die dan zijn beklag deed over het optreden van le Pair tegen zijn medewerker. Zulke gesprekken eindigden nooit in een sfeer van consensus.

Enfin, verbaal tot de tanden bewapend neemt le Pair dit 2e telefoontje aan met “Ik hoop toch echt dat je me nu belt voor de hoofdprijs, want anders wordt het heel ongezellig!”. Aan de andere kant meldt een vrouwenstem zonder aarzeling, dat ze belt voor het verplaatsen van een afspraak van mevrouw le Pair in het ziekenhuis, maar als ik per se hecht aan de hoofdprijs zij mij wel bij enkele, bij voorkeur nare medische onderzoeken er tussen kan wurmen….

Dat is het moment, hoe verbaal begaafd ook, dat le Pair even stil valt. Voor mevrouw le Pair een aanleiding om even verbaasd op te kijken van haar lunch. Na enige aarzeling legt le Pair de inhoud van het voorgaande gesprek uit aan de medisch secretaresse, die vervolgens enthousiast uitroept: “Oh, dat doet mijn schoonvader ook. Nu weet ik in ieder geval dat hij niet de enige is met zo’n afwijking!”. Met de vaststelling, dat deze laatste opmerking ook niet echt helpt, besluit le Pair het gesprek met een “vertel je schoonvader maar, dat hij een bondgenoot heeft”. Over en weer voelt dat in ieder geval beter.

Delen